De Drie Schatten in de Tao

Binnen de taoïstische traditie worden Jing, Chi en Shen de Drie Schatten genoemd. Zij vormen samen een manier om het menselijk leven te begrijpen.

De taoïsten wilden niet alleen de buitenwereld leren kennen, maar ook de binnenwereld. Ze onderzochten hoe levenskracht, gevoelens, emoties, bewustzijn en het lichaam elkaar voortdurend beïnvloeden. Om die samenhang te kunnen beschrijven, ontwikkelden zij een eigen taal.

De Drie Schatten maken deel uit van die taal.

Ze zijn geen organen die je kunt aanwijzen en ook geen stoffen die je kunt meten. Ze zijn begrippen die helpen om de verschillende lagen van het menselijk bestaan te onderscheiden, zonder ze van elkaar los te maken.

Zoals een landkaart niet het landschap is, maar wel helpt om je weg te vinden, zo helpen de Drie Schatten om de binnenwereld beter te leren verstaan.

Waarom worden zij schatten genoemd?

Een schat is iets kostbaars.

Niet omdat zij zeldzaam is, maar omdat zij de basis vormt van het leven.

Binnen de taoïstische traditie bezit ieder mens deze drie schatten. Ze hoeven niet verdiend of verzameld te worden. Wel vragen ze om aandacht en zorg.

Ze vormen samen de basis waarop het leven zich uitdrukt.

Jing

Jing wordt vaak vertaald als essentie of levensessentie.

Binnen de Tao verwijst Jing naar de levenskracht waarop het menselijk bestaan rust.

Jing wordt in verband gebracht met vitaliteit, herstelvermogen, groei en draagkracht. Zij vormt de basis waarop de andere twee schatten kunnen steunen.

Zoals de wortels een boom voeden zonder zichtbaar te zijn, zo blijft Jing meestal op de achtergrond aanwezig. Juist daardoor wordt haar betekenis vaak pas zichtbaar wanneer zij onder druk komt te staan.

Chi

Chi wordt binnen de Tao beschreven als de levensenergie die voortdurend in beweging is.

Zij verbindt lichaam, gevoelens, emoties, gedachten en bewustzijn met elkaar. Waar leven is, is beweging.

Die beweging is niet altijd hetzelfde. Soms voelt zij ruim en vrij. Soms juist beperkt of vast. De taoïsten zagen die verschillen niet als goed of fout, maar als uitdrukking van wat zich op dat moment in een mens afspeelt.

Chi laat zien dat leven nooit stilstaat.

Shen

Shen wordt meestal vertaald als bewustzijn of geest.

Binnen de taoïstische traditie verwijst Shen naar het vermogen om helder waar te nemen.

Niet alleen wat er om je heen gebeurt, maar ook wat zich van binnen afspeelt.

Wanneer Jing een stevige basis vormt en Chi vrij kan bewegen, ontstaat er ruimte voor een heldere waarneming. Daardoor kunnen ervaringen, gevoelens en gedachten steeds beter worden gezien zoals zij zich op dat moment aandienen.

Drie schatten, één geheel

Hoewel Jing, Chi en Shen afzonderlijk worden beschreven, bestaan zij nooit los van elkaar.

Veranderingen in de ene schat werken door in de andere twee. Een sterke levenskracht ondersteunt de beweging van Chi. De beweging van Chi beïnvloedt de helderheid van Shen. En wat zich in het bewustzijn afspeelt, werkt weer door in de manier waarop iemand met zijn levenskracht omgaat.

De Drie Schatten vormen daarom geen drie aparte systemen, maar drie verschillende ingangen om naar hetzelfde leven te kijken.

Een taal voor de binnenwereld

De taoïsten gebruikten de Drie Schatten niet om de mens in te delen of te verklaren.

Zij ontwikkelden een taal die helpt om de binnenwereld beter te begrijpen.

Zoals de moderne wetenschap modellen gebruikt om de buitenwereld zichtbaar te maken, zo beschrijft de Tao de innerlijke werkelijkheid met begrippen als Jing, Chi en Shen.

Die begrippen vragen niet om geloof.

Ze nodigen uit om te onderzoeken, te herkennen en steeds opnieuw waar te nemen hoe het leven zich beweegt.

Misschien is dat wel de grootste waarde van de Drie Schatten.

Niet dat zij antwoord geven op alle vragen.

Maar dat zij een taal bieden om de rijkdom en de samenhang van het menselijk bestaan steeds beter te leren verstaan.

Wil je dit niet alleen begrijpen maar ook ervaren? Dan kan een Taodag of Jaartraining een volgende stap zijn